De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) zorgt ervoor dat je bij het schenken of erven van een onderneming geen schenk- of erfbelasting betaalt over de eerste € 1.543.500 aan ondernemingsvermogen (bedrag 2026), en over het meerdere nog 75% vrijstelling krijgt. Per 1 januari 2026 zijn de voorwaarden op een aantal belangrijke punten aangescherpt en verduidelijkt. In dit artikel lees je precies wat er verandert, wat dit betekent voor DGA’s, zzp’ers, vof’s en maatschappen, en hoe je je onderneming hierop voorbereidt.
Kort antwoord: in 2026 is de eerste € 1.543.500 aan ondernemingsvermogen volledig vrijgesteld van schenk- en erfbelasting; over het meerdere geldt 75% vrijstelling. De belangrijkste wijzigingen per 2026:
- herstructureren (bijvoorbeeld een fusie, splitsing of omzetting naar een bv) laat de bezitstermijn niet meer opnieuw lopen;
- een langere bezitstermijn voor wie pas ruim na de AOW-leeftijd met de onderneming start;
- een wettelijke definitie van preferente aandelen;
- geen tweede BOR meer over een onderneming die de verkrijger al eerder in bezit had.
Wat is de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)?
De BOR is een fiscale faciliteit in de Successiewet (art. 35b t/m 35f SW) die voorkomt dat een bedrijfsoverdracht vastloopt op een grote belastingclaim. Zonder de BOR zou een opvolger bij schenking of vererving van een onderneming direct schenk- of erfbelasting moeten betalen over de waarde van die onderneming – geld dat vaak niet vrij beschikbaar is, omdat het in de onderneming zit. De BOR stelt het ondernemingsvermogen daarom (grotendeels) vrij, zodat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar komt.
De regeling geldt zowel voor IB-ondernemingen (eenmanszaak, vof, maatschap) als voor een aanmerkelijk belang in een bv, zolang er sprake is van een reële onderneming en geen overtollig beleggingsvermogen.
Voor wie geldt de BOR?
- IB-ondernemers (eenmanszaak, vof-vennoten, maten in een maatschap) die hun onderneming schenken of overdragen aan een opvolger
- DGA’s met een aanmerkelijk belang (doorgaans minimaal 5% van de aandelen) die aandelen in hun bv schenken of vermaken aan kinderen of andere opvolgers
- Voorwaarde: de onderneming moet een reële onderneming zijn – overtollig beleggingsvermogen (te veel liquiditeiten, effecten of aan derden verhuurd vastgoed) kwalificeert niet
- De schenker moet de onderneming minimaal 5 jaar in bezit hebben gehad (bij vererving 1 jaar)
- De verkrijger moet de onderneming daadwerkelijk voortzetten: minimaal 3 jaar bij verkrijgingen vanaf 1 januari 2025
- Bij een schenking moet de verkrijger minimaal 21 jaar oud zijn (sinds 2025)
Hoeveel bedrijfsopvolgingsvrijstelling geldt er in 2026?
De vrijstellingspercentages zijn in 2026 gelijk gebleven. Het grensbedrag voor de volledige vrijstelling is geïndexeerd van € 1.500.000 (2025) naar € 1.543.500 (2026).
| Kwalificerend ondernemingsvermogen | Vrijstelling 2026 |
|---|---|
| Tot en met € 1.543.500 | 100% |
| Boven € 1.543.500 | 75% (de overige 25% is belast tegen het reguliere tarief schenk- of erfbelasting, afhankelijk van de relatie met de verkrijger en de omvang van de verkrijging) |
Verderop vind je een rekenvoorbeeld dat laat zien hoe dit in de praktijk uitpakt.
De belangrijkste wijzigingen in de BOR per 2026
De BOR is de afgelopen jaren stapsgewijs aangescherpt via de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025. Een deel daarvan geldt al sinds 1 januari 2025, zoals de kortere voortzettingstermijn van 3 jaar en de minimumleeftijd van 21 jaar bij schenking. Dit zijn de wijzigingen die vanaf 1 januari 2026 gelden:
1. Herstructureren zonder dat de termijnen opnieuw gaan lopen
De bezitstermijn blijft 5 jaar bij schenking en 1 jaar bij vererving. Nieuw is dat een wijziging van structuur of rechtsvorm – bijvoorbeeld de omzetting van een eenmanszaak naar een bv, of een juridische fusie of splitsing – de bezitstermijn niet langer opnieuw laat beginnen, zolang de subjectieve gerechtigdheid (het economische belang) van de schenker of erflater in de onderneming niet toeneemt. Voor de voortzettingstermijn van de verkrijger geldt hetzelfde, zolang diens economische belang niet afneemt.
2. Langere bezitstermijn bij een late start als ondernemer
Is de schenker of erflater meer dan twee jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd met de onderneming gestart, of heeft hij het belang pas dan verkregen? Dan geldt een langere bezitstermijn, die met zes maanden per jaar oploopt. Een voorbeeld: iemand die op 69-jarige leeftijd (AOW-leeftijd plus twee jaar) een onderneming start en op 80-jarige leeftijd overlijdt, moet voldoen aan een bezitstermijn van 1 + (11 × 0,5) = 6,5 jaar in plaats van 1 jaar. De maatregel is gericht tegen zogenoemde rollatorinvesteringen: kort voor het overlijden nog vermogen in een onderneming steken om de BOR te benutten.
3. Wettelijke definitie van preferente aandelen
Preferente aandelen (aandelen met voorrang bij de winstverdeling of bij de liquidatieopbrengst) vallen in beginsel buiten de BOR en de doorschuifregeling. Vanaf 2026 staat in de wet wat als preferent geldt. Hebben aandelen deels zo’n voorrangsrecht, dan wordt gesplitst: het niet-preferente deel kan wel kwalificeren. Uitzondering: preferente aandelen die zijn ontstaan bij een gefaseerde bedrijfsoverdracht – bijvoorbeeld wanneer een ouder gewone aandelen omzet in preferente aandelen om de onderneming geleidelijk aan de volgende generatie over te dragen – kunnen wel onder de BOR vallen, mits het ging om gewone aandelen die ten minste 5% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigden.
4. Einde van de “dubbele BOR”
Vanaf 2026 is de BOR uitgesloten voor zover de verkrijger de onderneming al eerder zelf in bezit heeft gehad, ongeacht de familierelatie tussen schenker en verkrijger en ook als bij die eerdere overdracht geen BOR is gebruikt. De uitsluiting is beperkt tot het deel van de verkoopprijs dat toerekenbaar is aan ondernemingsvermogen. Dit voorkomt constructies waarbij een onderneming wordt verkocht en vervolgens opnieuw vrijgesteld wordt overgedragen.
5. Aan je eigen bv verhuurd pand: waardering na aftrek van schulden
Verhuur je privé een pand aan je eigen bv (terbeschikkingstelling) en draag je dat samen met de aandelen over, dan kan de BOR ook op dat pand van toepassing zijn. Vanaf 2026 wordt de vrijstelling berekend over de waarde van het pand min de daaraan toe te rekenen schulden (nettowaardering), in plaats van over de brutowaarde. Dit corrigeert een eerdere omissie in de wet. Let op: vastgoed dat aan derden wordt verhuurd, geldt sinds 2024 als beleggingsvermogen en valt buiten de BOR.
6. Plannen die (nog) niet zijn doorgevoerd
De eerder aangekondigde familietoets en de beperking van de BOR tot gewone aandelen met een belang van minimaal 5% van het geplaatste kapitaal gaan niet door vanwege risico’s op ongeoorloofde staatssteun. Het kabinet gaf in 2025 aan geen alternatieven uit te werken, maar de BOR staat politiek al jaren onder druk. Het is dus zaak dit te blijven volgen, zeker als je een bedrijfsoverdracht plant op de middellange termijn.
BOR versus de doorschuifregeling aanmerkelijk belang (DSR-ab): wat is het verschil?
De BOR en de doorschuifregeling aanmerkelijk belang (DSR-ab) worden vaak in één adem genoemd, maar ze grijpen op verschillende belastingen aan:
| BOR | DSR-ab | |
|---|---|---|
| Welke belasting? | Schenk- of erfbelasting | Inkomstenbelasting (box 2) |
| Wat doet de regeling? | Stelt het ondernemingsvermogen bij de verkrijger (grotendeels) vrij | Schuift de ab-claim (de latente belasting over de waardestijging van de aandelen) door naar de verkrijger |
| Wanneer betaal je? | Alleen over het niet-vrijgestelde deel, direct bij de verkrijging | Pas bij een latere vervreemding door de verkrijger |
| Ondernemingsvermogen vereist? | Ja | Ja |
Bij de overdracht van aandelen in een bv kun je in de praktijk vaak van beide regelingen gebruikmaken: de BOR voor de schenk- of erfbelasting en de DSR-ab voor de inkomstenbelasting over de aanmerkelijkbelangclaim. Bij schenking pas je de DSR-ab toe op gezamenlijk verzoek van schenker en verkrijger. Ook voor de DSR-ab geldt de eis dat het gaat om ondernemingsvermogen en niet om beleggingsvermogen – dezelfde vermogensetikettering die je voor de BOR maakt, is dus ook relevant voor de DSR-ab.
Praktijkvoorbeeld: schenking van een bv-structuur met holding
Peter (63) is DGA en houdt zijn werk-bv via een persoonlijke holding. Hij wil de aandelen in zijn holding schenken aan zijn dochter Eva, die al 4 jaar meewerkt in de onderneming en de bedrijfsvoering overneemt. De aandelen in de holding zijn € 2.200.000 waard. Daarvan bestaat € 200.000 uit overtollig beleggingsvermogen in de holding; de rest is toe te rekenen aan de onderneming in de werk-bv.
| Omschrijving | Bedrag |
|---|---|
| Waarde aandelen holding | € 2.200.000 |
| Overtollig beleggingsvermogen in de holding (geen BOR) | € 200.000 |
| Kwalificerend ondernemingsvermogen | € 2.000.000 |
| 100% vrijgesteld (tot en met € 1.543.500) | € 1.543.500 |
| 75% vrijgesteld over het meerdere (75% × € 456.500) | € 342.375 |
| Totaal vrijgesteld onder de BOR | € 1.885.875 |
| Belast deel ondernemingsvermogen (25% × € 456.500) | € 114.125 |
| Belast beleggingsvermogen | € 200.000 |
| Belaste verkrijging voor de schenkbelasting | € 314.125 |
Over de belaste verkrijging van € 314.125 betaalt Eva schenkbelasting tegen het tarief voor kinderen, na aftrek van de reguliere jaarlijkse vrijstelling.
Voorwaarden voor Peter en Eva: Peter moet de aandelen minimaal 5 jaar in zijn bezit hebben gehad (bezitstermijn bij schenking) en Eva moet de onderneming minimaal 3 jaar voortzetten en de aandelen zolang aanhouden (voortzettingstermijn). Dit voorbeeld laat zien waarom een tijdige vermogensetikettering – het scheiden van ondernemings- en beleggingsvermogen binnen de holdingstructuur – direct invloed heeft op de hoogte van de belastingclaim.
Hoe bereid je je onderneming voor op de BOR?
- Laat tijdig een ondernemingswaardering en vermogensetikettering (ondernemings- versus beleggingsvermogen) opstellen
- Controleer of overtollige liquiditeiten, effecten of aan derden verhuurd vastgoed het kwalificerende ondernemingsvermogen verlagen
- Overweeg een gefaseerde bedrijfsoverdracht, eventueel met certificering via een STAK, zodat zeggenschap en economisch belang apart overgedragen kunnen worden
- Stem de bezits- en voortzettingstermijnen af op je concrete overdrachtsplan – begin hier ruim vóór de gewenste overdrachtsdatum mee
- Doe tijdig een beroep op de BOR: in de aangifte schenkbelasting (vóór 1 maart van het jaar na de schenking, tenzij je uitstel hebt) of in de aangifte erfbelasting (in beginsel binnen acht maanden na het overlijden)
Omdat de BOR-voorwaarden de afgelopen jaren vrijwel jaarlijks zijn aangepast, is het verstandig om een bedrijfsopvolging niet puur op basis van dit artikel te plannen, maar de actuele situatie samen met een adviseur te toetsen.
Meer lezen op Fiscale Helden
Bezig met een bedrijfsoverdracht of DGA-structuur? Deze artikelen en diensten sluiten hierop aan:
- Dienstverlening voor de bv en de DGA
- Van eenmanszaak naar bv: de geruisloze inbreng
- Maatschap van bv’s of één werk-bv?
- Het optimale DGA-salaris
- Bekijk onze pakketten en maak een afspraak
Begrippen uitgelegd
- Ondernemingsvermogen: vermogen dat de onderneming nodig heeft voor haar bedrijfsvoering. Alleen dit deel valt onder de BOR.
- Beleggingsvermogen: vermogen dat de onderneming niet nodig heeft, zoals overtollige liquiditeiten, effecten en aan derden verhuurd vastgoed. Dit deel is gewoon belast.
- Bezitstermijn: de periode dat de schenker of erflater de onderneming minimaal in bezit moet hebben gehad: 5 jaar bij schenking, 1 jaar bij vererving.
- Voortzettingstermijn: de periode dat de verkrijger de onderneming minimaal moet voortzetten: 3 jaar bij verkrijgingen vanaf 1 januari 2025.
- Aanmerkelijk belang (ab): een belang van ten minste 5% in een bv. Voordelen bij verkoop of schenking van die aandelen vallen in box 2.
- Subjectieve gerechtigdheid: het economische belang dat iemand (direct of indirect) in de onderneming heeft.
Veelgestelde vragen over de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
Wat is de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)?
De BOR is een vrijstelling in de Successiewet waarmee je bij het schenken of erven van een onderneming geen (of slechts beperkt) schenk- of erfbelasting betaalt over het ondernemingsvermogen. In 2026 is de eerste € 1.543.500 voor 100% vrijgesteld, het meerdere voor 75%.
Hoeveel bedrijfsopvolgingsvrijstelling geldt er in 2026?
In 2026 is de eerste € 1.543.500 aan kwalificerend ondernemingsvermogen volledig vrijgesteld (in 2025 was dat € 1.500.000). Over het bedrag daarboven geldt een vrijstelling van 75%; de resterende 25% is belast met schenk- of erfbelasting.
Wat is het verschil tussen de BOR en de doorschuifregeling aanmerkelijk belang?
De BOR voorkomt schenk- of erfbelasting bij de verkrijger. De doorschuifregeling aanmerkelijk belang (DSR-ab) schuift de inkomstenbelasting over de waardestijging van aandelen (de ab-claim) door naar de verkrijger. Bij een bedrijfsoverdracht via aandelen worden beide regelingen vaak samen toegepast.
Moet ik de BOR zelf aanvragen bij de Belastingdienst?
Ja, de BOR wordt niet automatisch toegepast. Je doet een beroep op de vrijstelling in de aangifte schenkbelasting (vóór 1 maart van het jaar na de schenking, tenzij je uitstel hebt) of in de aangifte erfbelasting (in beginsel binnen acht maanden na het overlijden). Je moet aantonen dat aan alle voorwaarden is voldaan: ondernemingsvermogen, bezitstermijn en voortzettingstermijn.
Geldt de BOR ook voor zzp’ers, vof’s en maatschappen?
Ja. De BOR geldt niet alleen voor aandelen in een bv, maar ook voor IB-ondernemingen zoals een eenmanszaak, een vof of een aandeel in een maatschap, zolang er sprake is van een reële onderneming die de verkrijger voortzet.
Conclusie
De bedrijfsopvolgingsregeling blijft in 2026 een waardevolle faciliteit voor DGA’s, zzp’ers, vof’s en maatschappen die hun onderneming willen overdragen – maar de voorwaarden zijn preciezer geworden, vooral rond herstructureringen, preferente aandelen, late bedrijfsstarters en herhaalde toepassing van de regeling.
Twijfel je of jouw onderneming of bv-structuur aan de voorwaarden voldoet, of wil je een bedrijfsoverdracht fiscaal optimaal voorbereiden? Neem contact op met Fiscale Helden voor een vrijblijvend adviesgesprek.
Bronnen
- Belastingdienst: Bedrijf erven of schenken – de bedrijfsopvolgingsregeling
- Successiewet 1956 (art. 35b t/m 35f)
- Wet inkomstenbelasting 2001 (art. 4.17a en 4.17c)
- Staatsblad 2024, 439: Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025
Over de auteur
Olivier is fiscaal adviseur en oprichter van Fiscale Helden B.V. Hij studeerde Finance & Investments aan de Rotterdam School of Management (Erasmus Universiteit) en adviseert DGA’s, zzp’ers en ondernemers over btw, inkomstenbelasting en de inrichting van hun onderneming.
Deze blog bevat algemene informatie en is geen persoonlijk fiscaal advies.

